Een "waterdicht fundament" voor beveiliging is een illusie. Tijd om het over weerbaarheid te hebben.
Ik las onlangs een post waarin werd gesteld dat een beveiliger pas écht kan uitblinken als alles aan de achterkant "in beton is gegoten" en er sprake is van een "waterdicht fundament".
Hoewel ik het er volledig mee eens ben dat beveiligers goede kaders en ondersteuning nodig hebben, zit er een fundamenteel risico in deze denkwijze: het creëert schijnveiligheid.
Als we veiligheid benaderen als iets dat we 'waterdicht' kunnen maken of 'in beton' kunnen gieten, gaan we ervan uit dat we elke dreiging kunnen voorspellen, vangen in protocollen en kunnen stoppen aan de voordeur. Maar de realiteit is rommeliger. Wat gebeurt er als een incident tóch voorbij de beveiliger, de slimme software en de strakke kaders komt?
Daar stopt de rol van fysieke beveiliging, en begint de absolute noodzaak van organisatorische weerbaarheid.
Waar beveiliging zich richt op het voorkomen van incidenten, richt weerbaarheid zich op het incasseringsvermogen van de organisatie wanneer het tóch misgaat.
De verschillen in perspectief zijn cruciaal:
Star vs. Wendbaar: Kaders die "in beton zijn gegoten" breken onder onverwachte druk. Een weerbare organisatie is juist wendbaar en kan improviseren wanneer het handboek niet meer volstaat.
Incident vs. Continuïteit: Beveiliging focust op het neutraliseren van de dreiging in het moment. Weerbaarheid zorgt ervoor dat de kritieke processen (zoals zorg, dienstverlening of logistiek) door blijven draaien, óók tijdens en na de klap.
Facilitair vs. Bestuurlijk: Een goed beveiligingsbedrijf inhuren is een uitstekende facilitaire keuze. Maar zorgen dat je organisatie overleeft en functioneert tijdens een crisis, is een strategische bestuursverantwoordelijkheid.
Zeker met wetgeving zoals de naderende Wwke, is het niet meer voldoende om te leunen op een goed georganiseerde beveiligingsschil. We moeten accepteren dat het schild soms faalt.
De echte vraag voor directies is niet: "Is ons beveiligingsfundament waterdicht?" De vraag is: "Hoe snel veren we terug als er een gat in blijkt te zitten?"